De kleine bestelwagen Fiat 1F, geleverd aan het Engelse General Post Office, werd geproduceerd van 1911 tot 1915.
De vloot van bestelwagens van het type 2F van de Britse Royal Navy. Foto’s beschikbaar gesteld door Fiats Historisch Archief.
De productie van de eerste ‘echte bedrijfswagens’ begint in de periode 1911–1915. De aanzet hiertoe wordt gegeven door de behoefte aan transport tijdens de Eerste Wereldoorlog. In deze periode is de export dan ook heel belangrijk voor het Turijnse merk. De legermachten zijn grote klanten van Fiat, dat aan de Ministeries van Oorlog van Frankrijk, Rusland, Griekenland en Groot-Brittannië lichte transportvoertuigen levert.
In 1911 ziet de 1F het licht (waarbij F staat voor ‘furgone’, dat wil zeggen ‘bestelwagen’). Het is het eerste voertuig met bestelwagen-carrosserie. Met een cilinderinhoud van 1846 cc en een laadvermogen van 500 kg is dit wendbare voertuig, dat is afgeleid van het chassis van de personenauto TIPO 1, ideaal voor besteldiensten op de korte afstanden. Om die reden kopen de Britse Posterijen er enkele exemplaren van.
In hetzelfde jaar verschijnt de robuustere 2F, afgeleid van de TIPO 2 uit 1910. Die heeft een cilinderinhoud van 2813 cc, een vermogen van ongeveer 20 pk en een laadvermogen van 1000 kg. In de versie met overhuifde laadbak wordt de 2F als militair vrachtwagentje aangeboden. In die uitvoering wordt hij veel gebruikt voor het transport van manschappen en materialen. Zo wordt de 2F ook geleverd aan de Royal Navy, de Britse koninklijke marine.